fbpx

‘Ik lag vaak half wakker, uit schrik dat m’n vrouw mij zou komen aanvallen’

U bent hier Home » INTERVIEWS & ARTIKELS » ‘Ik lag vaak half wakker, uit schrik dat m’n vrouw mij zou komen aanvallen’
Geschatte leestijd: 11 minuten

Breken met genderstereotypen rond partnergeweld

In België is één op de tien mannen slachtoffer van partnergeweld. 56 procent van hen durft er niet over praten. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. “M’n vrouw probeerde het stereotiepe beeld dat de man de vrouw slaat uit te buiten. Ze daagde me uit om terug te slaan, het enige dat ik dacht was: ‘Serge blijf kalm’.” Zelf belandde Serge Voermantrouw meermaals in het ziekenhuis.

Hij wil niet anoniem getuigen, maar duidelijk met naam en toenaam zijn verhaal vertellen. Serge Voermantrouw (52), al heel zijn leven schilder en behanger van beroep, woont met zijn drie kinderen in Sint-Niklaas. “Zolang ik bij m’n vrouw woonde voelde het geweld en de vernederingen aan als schaamte. Dat is volledig omgekeerd nadat ik wegvluchtte.” De schaamte liet hij achter, samen met de jaren van onzekerheid en uitzichtloosheid. “Nu voel ik geen onbehagen meer. Het partnergeweld is iets dat mij overkwam, waar ik zelf niet aan kon doen.” Met zijn relaas wil Voermantrouw ook een strijd aanbinden tegen het ongeloof van het gerecht. “Ik weet zeker dat ik niet alleen ben. Er zijn nog mannen die vechten voor hun gelijk. Je uitleg doen tegen het gerecht en niet geloofd worden, dat geeft een hopeloos gevoel. Er moet iets mee gebeuren.”

Na een maand of drie samen te zijn met zijn toenmalige buurvrouw, begon het met kleine vernederingen. “Als ik met iets liep te sukkelen en dat moest overdoen bijvoorbeeld. Dan begon ze mij een beetje belachelijk te maken. Niet dat het meteen opviel. Het waren eerder woorden die vielen zoals: ‘sukkelaar, kunt gij dat nu niet?’ Een laag zelfbeeld creëren, daar begon het mee. Ze liet mij een nietsnut voelen, ook naar haar kinderen toe.”

Onbenullige ruzies leidden naar fysiek geweld. Na zes maanden samenzijn, belandde Voermantrouw meermaals in het ziekenhuis. Niet met een blauwe plek, maar met een hersenschudding. “Ik werd in m’n rug aangevallen met een volle thermoskan. Ze sloeg ermee op m’n hoofd. Ruzies ontstonden altijd uit banaliteiten of als ze haar zin niet kreeg.” Een andere keer smeet zijn vrouw hem door de ruit van de veranda. “Net zoals in een tekenfilm pakte ze mij vast bij m’n kraag en broeksriem. Ik gaf mezelf nog een zetje bij want anders had ik in de helft van het glas blijven hangen.”

Alsof hij terugdenkt aan een kwajongensstreek vanuit zijn kindertijd lacht Voermantrouw: “Dat was echt niet normaal, dat was een sterke mijn vrouw. Het moment dat die woest was, was die niet in te schatten”.

Alsof hij terugdenkt aan een kwajongensstreek vanuit zijn kindertijd lacht Voermantrouw: “Dat was echt niet normaal, dat was een sterke mijn vrouw. Het moment dat die woest was, was die niet in te schatten”. Niet Voermantrouw, maar één van de kinderen nam het initiatief om naar de politie te bellen. “Ze was mij aan het bewerken met de helm van de brommer. Ik vluchtte naar buiten waar ze mij bewusteloos sloeg. Na een poging om mij te wurgen, duwde ik me recht.” Op dat moment kwam de politie af. “Die konden niets meer doen want ik stond al recht waardoor mijn vrouw niet op heterdaad werd betrapt. Mocht ik gehoord hebben dat ze met de sirene afkwamen, had ik waarschijnlijk blijven liggen.” De politie stelde een proces verbaal op met onder andere hun eigen bevindingen. “Wat ik niet wist, is dat ze al een verleden had. De politie was daarvan op de hoogte, dus die geloofde mij.” Bij de politierechtbank in Dendermonde werd echter alles geseponeerd. Niet ernstig genoeg of door een gebrek aan bewijzen. “Ik had nochtans medische attesten maar m’n vrouw beweerde dat ik die verwondingen zelf had toegebracht. Ook al zei de dokter dat ik niet aan de plaats van de wonde kon. Ik stond nergens. En zij wist dat.”

De politie was daarvan op de hoogte, dus die geloofde mij. Bij de politierechtbank in Dendermonde werd echter alles geseponeerd. Niet ernstig genoeg of door een gebrek aan bewijzen. 

Boys don’t cry

Mannen zijn stoer, competitief en leidinggevend. Vrouwen lief, mooi en zorgzaam. Naast de vraagtekens die we bij deze binaire opdeling kunnen plaatsen, moeten we erkennen dat er nog steeds een genderstereotiep beeld heerst in onze maatschappij. Deze hardnekkige luchtspiegeling over hoe we naar mannelijkheid en vrouwelijkheid kijken, heeft een impact op onze perceptie over dader- en slachtofferschap bij partnergeweld. Partnergeweld komt voor bij alle genderidentiteiten, alle leeftijdscategorieën, alle sociaaleconomische klassen, alle culturen en zowel binnen heteroseksuele als homoseksuele relaties.

Partnergeweld komt voor bij alle genderidentiteiten, alle leeftijdscategorieën, alle sociaaleconomische klassen, alle culturen en zowel binnen heteroseksuele als homoseksuele relaties.

Uit een grootschalig onderzoek van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen verklaart 12,5 procent van de respondenten minimum één daad van geweld te hebben ervaren door hun (ex-)partner over de periode van een jaar. Eén op de tien mannen is slachtoffer van partnergeweld. Bij vrouwen is dat één op de zeven. In 92 procent van de gevallen gaat het bij mannen om psychisch geweld zoals vernederingen, getreiter en overdreven controlegedrag. Bij de overige 8 procent gaat het om fysiek geweld. Het taboe bij mannelijke slachtoffers is groot. Slechts een derde van hen neemt iemand in vertrouwen om erover te praten.

Het taboe bij mannelijke slachtoffers is groot. Slechts een derde van hen neemt iemand in vertrouwen om erover te praten.

Koen Dedoncker van vzw Zijn, één van de organisaties achter de campagne #OokMannenMakenHetMee, is niet verbaasd dat er zo weinig mannelijke slachtoffers met hun verhaal naar buiten komen. “Als man is het al moeilijk om jezelf als slachtoffer te zien omdat je reeds met je eigen stereotypen leeft. Wanneer je dan na lang twijfelen ermee naar buiten komt en niet geloofd wordt of wordt weggestuurd met de simpele boodschap om jezelf te ‘vermannen’, heeft dit natuurlijk weinig zin.” Politie, hulpverleners, dokters en andere mensen die in contact komen met slachtoffers van partnergeweld moeten zich bewust zijn dat iedereen slachtoffer kan zijn. Volgens Dedoncker is een brede sensibilisatie nodig, maar niet evident. “Eerdere sensibiliseringsgolven rond geweld kwamen voornamelijk uit de vrouwenbeweging.”

Vrouwenorganisaties hebben ervoor gezorgd dat er opvangtehuizen kwamen en werkten mee de hulpverlening uit. Daarbij focusten ze vaak op vrouwelijke slachtoffers. Daarom moeten wij nu een beetje ingaan tegen een dertig of veertig jaar oude geschiedenis. Je merkt dat, zeker niet alle, maar sommige vrouwenorganisaties daar niet happig op zijn.

Vrouwenorganisaties hebben ervoor gezorgd dat er opvangtehuizen kwamen en werkten mee de hulpverlening uit. Daarbij focusten ze vaak op vrouwelijke slachtoffers. Daarom moeten wij nu een beetje ingaan tegen een dertig of veertig jaar oude geschiedenis. Je merkt dat, zeker niet alle, maar sommige vrouwenorganisaties daar niet happig op zijn.Vrouwen hebben dankzij de vier feministische golven de stereotypen wat meer van zich kunnen afschudden, maar voor mannen veranderde er weinig. “Daarom gaan wij met vzw Zijn naar scholen om met jongens en meisjes te werken rond emoties, relaties en geweld. Door de stereotypen open te breken, leren we kinderen om simpelweg meer mens te zijn.” 

Seksueel geweld

Een andere hardnekkige fabel is dat een aanranding of verkrachting binnen een relatie niet kan voorkomen. Alsof je het recht om ‘neen’ te zeggen opgeeft van zodra je met iemand samen bent.

Een andere hardnekkige fabel is dat een aanranding of verkrachting binnen een relatie niet kan voorkomen. Alsof je het recht om ‘neen’ te zeggen opgeeft van zodra je met iemand samen bent. Uit onderzoek blijkt dat slachtoffers van seksueel geweld binnen een relatie vaak zwijgen uit loyaliteit, angst, schaamte of onwetendheid over de strafbaarheid ervan. “Maar ook tijdens een intakegesprek of een verhoor van de politie wordt er te weinig gevraagd of er sprake is van seksueel geweld”, zegt Karen Casier van het Family Justice Center in Mechelen. “Uit mijn ervaring bij het FJC kan ik mij niet voorstellen dat, als je ruzie maakt in de living, alles vredig en zonder machtsmisbruik verloopt in de slaapkamer.”

Bij Voermantrouw verliep het niet anders. “Wij sliepen al lang niet meer samen. M’n vrouw sliep op de zetel en ik in bed. Dat vond ik best oké want ik zou het niet meer gedurfd hebben. Toen ik ging slapen lag ik vaak nog half wakker, een beetje alert, uit schrik dat ze mij ’s nachts nog zou komen aanvallen.” Ook in zijn relatie was er sprake van seksueel geweld. “Het kan heel raar zijn, maar er zijn dingen gebeurd waarvan je denkt ‘amai, moest ik dat als man doen, zou ik wel de gevangenis invliegen’. Ik wist niet dat dat kon, maar ik ben zonder opwinding tot een ejaculatie gekomen. Ik lag op mijn rug en zij zat bovenop mij. Met haar hand op mijn keel, half wurgend, half in bedwang houdend. Laat het maar komen, dacht ik, dan ben je er vanaf.” De eerste keer dat Voermantrouw erover praatte was met een psycholoog van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW). “Dat was jaren na de feiten. Ik ben er niet mee naar de politie gestapt, dat vond ik sowieso te gênant.”

“Als we de strijd tegen gendergeweld en seksueel geweld serieus willen nemen, mag het niet afhangen van je gender of je als slachtoffer hulp krijgt of niet”, zegt seksuoloog Alexander Witpas. “Idem met aangesproken worden op je gedrag als pleger. Je kan niet pleiten voor gendergelijkheid en tegen seksueel geweld als je je niet bezighoudt met mannelijke slachtoffers en vrouwelijke plegers.” Seksualiteit moet beter bespreekbaar gemaakt worden onder professionals. Daarom werkte het FJC uit Mechelen in samenwerking met Sensoa het traject ‘ongestelde vragen’ uit. “Want mannen zitten dan nog eens opgescheept met een tweevoudige stigma”, zegt Casier. “Welke man vertelt makkelijk dat hij zich slachtoffer voelt? Laat staan slachtoffer van seksueel geweld?”

Dynamiek van geweld

Partnergeweld is een maatschappelijke problematiek die een brede aanpak vereist. “Noch een maatschappelijk assistent in begeleidingsdienst, noch de politie, noch het parket kan dit alleen aan”, zegt Casier. “Met onze ketenaanpak zorgen we ervoor dat de drie multidisciplinair samenwerken en informatie uitwisselen.” Ook tussen dokters en politie ziet Voermantrouw de nood aan een hecht partnerschap. “Er zou een dokter van wacht paraat kunnen staan om zelf naar het politiebureau te komen om de vaststellingen te doen. Ik had daar vaak de moed niet meer voor om ook daar nog langs te gaan.”

Er zou een dokter van wacht paraat kunnen staan om zelf naar het politiebureau te komen om de vaststellingen te doen. Ik had daar vaak de moed niet meer voor om ook daar nog langs te gaan. ”

Casier vindt het ook belangrijk om te werken rond de dynamiek van geweld. “In een proces-verbaal ben je ofwel de verdachte of het slachtoffer. Dat is jammer omdat je meteen een etiket krijgt opgeplakt. Geweld is nooit oké, maar als het een uiting is van frustratie moet daar iets mee gebeuren. Door mensen te bestempelen als slachtoffer maak je hen niet sterker. Door hen enkel te zien als pleger, demoniseer je ze. Ik benader mensen liever vanuit hun rol als ouder door de impact op de kinderen te gaan verkennen.”

Net voor de corona-uitbraak startte het FJC met een lotgenotengroep voor mannen die zichzelf zien als slachtoffer van partnergeweld. Casier: “Helaas zijn ze nog niet fysiek bijeen kunnen komen, maar we vonden het toch noodzakelijk om het aanbod uit te werken.” Een goed idee, vindt Voermantrouw. “Als man dacht ik: wie gaat mij geloven? Het moment dat je doorhebt dat er iets mis zit, is het eigenlijk al te laat.” Een organisatie waar Voermantrouw zelf veel aan gehad heeft is Tele-Onthaal. “Daar heb ik urenlang mee aan de lijn gehangen. Vooral op momenten dat ik niet naar het ziekenhuis durfde te gaan of net van de politie kwam. Om de tijd te rekken bleef ik dan in de auto bellen met iemand van Tele-Onthaal. Ik wou nog niet naar huis. Ik wou gewoon gehoord worden.”

Om de tijd te rekken bleef ik dan in de auto bellen met iemand van Tele-Onthaal. Ik wou nog niet naar huis. Ik wou gewoon gehoord worden.

Waar kan je zelf terecht?

Iedereen die met geweld te maken krijgt – slachtoffer, pleger of omstaander – kan terecht op het nummer 1712 of op www.1712.be.

Mannen onder elkaar

Voor informatie over de mannelijke lotgenotengroep van het Family Justice Center in Mechelen kan je terecht bij: fjc@mechelen.be


Laat een bericht na