headshot Gerlant Van Berlaer

Rampenarts Van Berlaer over spoeddienst UZ Brussel: “Wij zijn gespecialiseerd in rampenmanagement. We hebben al lang een volledig rampenplan opgemaakt.”

Het zijn lange en intensieve dagen voor Gerlant Van Berlaer, kinder- en spoedarts bij het UZ Brussel. Als rampenarts bij verschillende B-FAST-missies in Indonesië, Haïti en Syrië heeft hij expertise opgebouwd rond het werken in crisissituaties. Daarnaast doceert hij ook aan de VUB binnen de opleiding European Master in Disaster Medicine. De geknipte persoon om zijn licht te laten schijnen op de huidige coronacrisis.

Gerlant van Berlaer

Welke impact heeft de coronacrisis op jullie dagelijkse werking? 

De belangrijkste impact is dat we nu twee spoedgevallendiensten moeten runnen in plaats van één: een corona-afdeling en een afdeling voor spoedgevallen die niet corona-gerelateerd zijn.  Je kan niet zomaar van het ene naar het andere deel over gaan. We hebben daarom een aparte gang waarbij de patiëntenstroom volledig gevolgd kan worden van de in- naar de uitgang zonder elkaar te kruisen.  

Om in de corona-afdeling te werken moet je heel veel beschermende kledij aan doen. Je gaat dus best voor  de start van je shift naar het toilet en ook drinken doe je best op voorhand, want je kan je masker niet afnemen in die zone. De shiften voor de verpleegkundigen bedragen 7 tot  8 uur, non-stop. De shiften voor artsen tussen de 8 en de 12 uur. 

Wanneer werd de spoedgevallendienst gereorganiseerd?  

Op 8 maart, als het duidelijk werd dat dit een pandemie zou worden, hebben we besloten dat we een plan moesten maken om de spoeddienst op te delen. We zijn diezelfde dag om 3u ’s nachts begonnen met wanden en panelen te plaatsen en om 8u ’s morgens was onze spoeddienst al volledig afgescheiden en werkten we al in deze nieuwe setting. Toen was dat nog niet gevraagd door de minister of  de regering. Ik denk dat die vraag pas 12 maart is gekomen, maar toen waren wij al in de noodfase.  

Hoe komt het dat jullie zo kort op de bal hebben kunnen spelen?  

Buiten de spoedgevallendienst zijn wij ook gespecialiseerd in rampenmanagement. Onze dienst heeft jaren geleden al een volledig rampenplan opgemaakt. Wij geven met onze spoedgevallendienst ook les bij de internationaal meest gereputeerde opleiding rampenmanagement: European Master in Disaster Managing. In die context hebben wij zeer snel kunnen reageren.  

Heeft u het gevoel dat er vanuit de overheid op tijd richtlijnen kwamen?  

Ja, uit onze hoek zal je geen verwijten horen aan het adres van de overheid of de experten. We weten dat dit soort rampenmanagement niet eenvoudig is. Als crisismanager, in dit geval de regering, moet je beslissingen nemen op basis van gebrekkige en soms foute informatie. Ook nu zijn er beslissingen genomen die later aangepast zijn naarmate er meer informatie kwam. 

Wij krijgen ook constant richtlijnen en informatie uit verschillende hoeken. We krijgen richtlijnen vanuit Sciensano (het vroegere wetenschappelijk instituut voor volksgezondheid) en van de ministeries van volksgezondheid. Helaas zijn dat er verschillende. Je hebt de federale overheid, je hebt de Vlaamse minister van welzijn en je hebt de Brusselse minister van gezondheid. Dat is dus niet altijd even gecoördineerd laat ons zeggen. Zo’n crisis-cel heeft dus de handen vol met het op elkaar afstemmen van die verschillende richtlijnen en die dan ook nog eens om te zetten in de praktijk.  Maar dat functioneert wonderlijk moet ik zeggen. 

Steriel ingepakte ziekenhuismedewerkers

“Het is een heel complex mierennest, maar zoals in een mierennest weet elke mier wat er van hem gevraagd wordt” 

Ik zou zelfs durven zeggen dat we als ziekenhuis, tussen de verschillende afdelingen, beter functioneren dan in niet-corona tijd omdat iedereen stopt met zagen, zijn agenda even in de frigo steekt, solidair is en maar één doel voor ogen heeft. Dat voel je ook in het ziekenhuis: de samenwerking is hechter, mensen vragen ook vaker aan elkaar hoe het gaat en je detecteert ook rapper wie er onder door komt te zitten.  

Hoe groot is de impact op de dokters en het medisch personeel? 

Het allerbelangrijkste is dat je gezin begrijpt dat je nu even volle gas moet geven op het werk. Zolang ze dat thuis begrijpen is een zorgverlener tot veel in staat.  

De echte helden zijn dus de familieleden van de zogezegde helden, want die zien ons zeer weinig, lopen samen met ons grote risico’s om besmet te raken en hebben zelf niet altijd de mogelijkheid om veel te doen” 

Daarnaast is het belangrijk dat er – ondanks dat iedereen dat nu perfect normaal vindt – af en toe op gewezen wordt dat je toch een uitzonderlijke inspanning aan het leveren bent. Dat doen ze hier. We hebben al bezoek gekregen van de koning en er zijn ook steeds psychologen beschikbaar voor het medisch personeel.  

Tot slot is het belangrijk dat er voor iedereen op tijd rust wordt ingebouwd. Dat is tegenwoordig niet eenvoudig. Daarom is het belangrijk dat we bij elkaar detecteren wanneer het niet meer gaat. Dat is iedereen zijn verantwoordelijkheid. We moeten ook zorg dragen voor elkaar hè.  

Zijn er bij jullie op de spoeddienst al veel collega’s die besmet zijn geraakt? 

Ja, we weten uit China en Italië dat we er rekening mee moeten houden dat minstens 20% van het zorgpersoneel besmet raakt. Dat soort cijfers zien wij hier inderdaad ook. Een aantal van die mensen zijn ondertussen al genezen en opnieuw aan het werk. We weten ondertussen dat het niet zeker is dat als je het virus hebt doorgemaakt je immuun bent, dus die mensen blijven risico lopen. Maar ja, dat is hun werk, als ze genezen zijn dan willen ze zo snel mogelijk terug aan de bak.  

Is er al meer geweten over de kansen op herval? 

Nee, dat zal echt maanden duren alvorens we dat gaan weten. Dat onderzoek loopt. De eerste cijfers uit China tonen aan dat 1 op 3 onvoldoende immuun is. Maar die cijfers zijn allemaal nog zeer voorlopig. Normaal wordt binnen een wetenschap alles met een vergrootglas nagekeken, nagelezen en verbeterd alvorens iets wordt gepubliceerd. Maar nu wordt dat gezien als informatie die je niet te lang mag achterhouden. Die informatie moeten we dus voorzichtig interpreteren. Het komende jaar zullen we veel meer over het virus te weten komen.  

Hoe zit het qua capaciteit? Kunnen jullie het aantal coronapatiënten nog aan? 

Er is nu gelukkig een stabilisatie. De boodschap van ‘flatten the curve is duidelijk goed aangekomen bij de bevolking. Dat heeft er voor gezorgd dat wij de piek, zoals ze die in Italië en Spanje hebben gekend, hier niet hebben meegemaakt. Sinds het begin van de quarantaine hebben we wel een dramatische afname van maar liefst 30 % gezien van het aantal patiënten die de spoed normaal bezoeken. Dat betekent dat mensen wegblijven uit schrik. Dat hebben we gemerkt als we dan een week later de ene na de andere gesprongen blindedarm ontsteking zagen of diabetespatiënten over de vloer kregen die volledig ontregeld waren omdat ze te lang hadden gewacht om tot hier te komen. Dat is vreselijk. 

Zijn dit zaken die zich nog steeds afspelen?  

Ruim een week na die vaststellingen hebben we als ziekenhuis besloten om daar toch over te communiceren en via een persbericht mensen te laten weten dat het ziekenhuis zeker veilig is als je niet corona-gerelateerde klachten hebt en dat je zeker niet thuis mag blijven zitten met ernstige zaken. En stilaan hebben mensen het wel door. 

Koning Filip bezoekt de kinderafdeling UZ Brussel

Wat zijn de grootste uitdagingen waar jullie mee geconfronteerd worden?  

Er zijn twee grote uitdagingen de komende weken. We hebben het maar aangekund dankzij de bevolking. Dus op dat vlak zijn de Belgen nog altijd dapper en allemaal held, of toch bijna allemaal. Maar één van de uitdagingen zal blijven: hoe lang houden we dat vol? Dat is één uitdaging. Zolang de bevolking het volhoudt zullen wij het ook volhouden. Dat is ondertussen duidelijk.  

Wij worden nu wel helden genoemd, maar dit is iets echt wel iets wat we allemaal samen hebben gedaan

Een tweede uitdaging is: hoe lang gaat het nog duren? Wij werken door en je kan dat – dat weten we ondertussen van B-FAST missies – twee weken bijna dag en nacht ongestraft doen, maar daarna crash je. Maar dit duurt al  veel langer dan twee weken en dat is dus best intens. Wij zijn nu een beetje op het punt gekomen dat we elkaar op verlof moeten sturen. Anders blijf je in die spanning hangen en dan word je disfunctioneel.  

Zie je gelijkenissen tussen de grote rampen waar je als rampenarts naartoe bent gegaan en de crisis die wij hier nu doormaken? 

In onze dagelijkse activiteit in het ziekenhuis handelen we volgens het principe ‘doing the best for everyone’. Elke patiënt heeft recht op de beste zorg. In een rampensetting waarbij er te veel slachtoffers op een korte tijd komen raakt elk zorgsysteem overbelast. Het aantal en de ernst van de slachtoffers overstijgt dan het zorgsysteem. Dat is nu ook zo.  

En dan moet je overschakelen naar ‘doing the best for most’. Dat betekent dat je misschien niet meer elke patiënt kan redden omdat je daar niet de middelen, het materiaal of de plaats voor hebt. En dat vraagt van de artsen, die daar over het algemeen niet zo goed getraind in zijn, om keuzes te maken.  

Zijn er zo bepaalde dilemma’s waar jullie nu al mee geconfronteerd zijn geweest? 

Ja, maar dat is eigenlijk altijd wel zo. Dat maakt deel uit van onze job. Alleen nu in iets grotere getale dan anders. Het is niet zo dat we nu voor dilemma’s komen te staan waar we nog nooit hebben voorgestaan. Voorlopig zijn er genoeg plaatsen op de intensieve zorg. We ontzeggen niemand beademing of intensieve zorg waarvan we denken dat die nog maar een schijn van kans heeft om het te halen. 

Doen jullie ook aan medische/ethische triage? 

In spoedgevallendiensten doe je sowieso aan triage. Dat houdt in dat patiënten ingedeeld worden naar gelang de ernst van hun aandoening en de urgentiegraad van de klacht. Medische triage is dan weer een stap verder en betekent dat een spoedarts de triage doet. Die termen zorgen voor veel verwarring. Daarnaast heb je ook nog ACP-triage, ACP staat voor Advanced Care Planning, dat is eigenlijk terug naar een oorlogssituatie.  

In dat geval  gaan kijken wie we wel en niet aan beademingsapparatuur hangen. Dat kun je een ethische triage noemen. Dit houdt in dat je op voorhand nadenkt welke zorg nog zinvol is op een zekere leeftijd of bij een aandoening die al vergevorderd is. Italië heeft geen ACP-triage gedaan wat ertoe heeft geleid dat hun intensieve zorgen direct vol lagen met 90-plussers en dat wanneer er 50 à 60-jarigen binnenkwamen er geen plaats meer was en die effectief in de gang zijn overleden. 

“In België denken we rationeler na over leven en dood. De paus woont niet in ons land en dat speelt ook een rol”

Religie speelt in Italië en Spanje absoluut een rol in het aantal doden – raar maar waar – omdat ze geen beslissingen willen nemen. Elk leven is heilig. Wij zijn iets liberaler in het interpreteren van medisch zinvol handelen. Maar dat blijft moeilijk voor alle duidelijkheid. Het vraagt dus duidelijke richtlijnen van ons ethisch comité. Deze richtlijnen worden na 3 weken nog steeds bijgestuurd, om maar te zeggen hoe complex dit is. Het blijft voor iedere patiënt een dramatische beslissing. 

Wat vind jij van de situatie in de WZC waar artsen moeten bepalen of ouderen al dan niet nog naar het ziekenhuis moeten worden overgebracht? 

Dat is een heel breed onderwerp. En ik bekijk dat vanuit een globaal oogpunt. Als je op wereldniveau kijkt zijn er veel landen waar geen sociale zekerheid is. In veel landen moet je voor de ouderen zorgen zolang het gaat en als het niet meer gaat dan worden die mensen ziek en overlijden ze. Dat is ‘the circle of life’, zeg maar. 

In België hebben we alles zodanig geregeld dat we mensen soms op intensieve zorg tegen beter weten in in leven houden omdat we er nu eenmaal de mogelijkheden toe hebben. Maar in veel landen in de wereld is het de normaalste zaak van de wereld dat als je oud bent en een dergelijke infectie krijgt het gedaan is. Wij beseffen dat niet meer in België. In België is sterven eigenlijk niet meer aanvaard.  

Nochtans zijn er ieder jaar een 100 à 120 duizend overlijdens van ouderdom. Dus wat er nu gebeurd in de WZC’s is voor een stuk natuurlijke selectie. Wij hebben het heel moeilijk om dat te aanvaarden omdat wij in principe alle middelen hebben om er voor te zorgen dat dergelijke beslissingen niet moeten worden genomen. Maar in crisistijden of in rampsituaties zoals nu komt die ethische discussie ineens keihard in ons gezicht terecht. Het feit dat mensen geen afscheid kunnen nemen van hun familieleden maakt dat natuurlijk extra dramatisch.  

Jijzelf bent kinderarts en jullie hebben ook een kindercorona-afdeling, liggen daar veel kinderen? 

Er liggen wel degelijk kinderen die coronapositief zijn, maar weinig die ziek zijn. Het zijn trouwens hele kleintjes: één van 2 weken, één van 3 weken en één van 3 maand. Bij kinderen onder de vier maanden zijn we met koorts altijd extra voorzichtig. Er liggen waarschijnlijk meer kinderen met corona want we weten dat, ondanks dat de test bij 1 op de 3 kinderen negatief is, ze toch het virus hebben.  

De testen blijken op die leeftijd minder betrouwbaar. Kinderen zijn ook veel minder ziek dan volwassenen. Het zijn dus stille verspreiders, zeg maar. We weten nog niet hoe dat komt. Het aantal kinderen dat op de intensieve zorg is opgenomen met corona is echter nog op 4 handen te tellen en de meeste worstelen zich er goed doorheen.  

Er zijn natuurlijk wel al sterfgevallen bij kinderen, maar die kunnen we voor zover we weten nog op 1 hand tellen. Eentje van 18 in China, van 18 in Nederland, één van 12 bij ons en twee van 12 en 5 in het VK, maar dat zijn ze.  

Zijn er bepaalde lessen die uit de crisis moeten worden getrokken? 

Zo’n crisis, of dat nu een grote nucleaire ramp is of een pandemie, moet toch altijd duidelijk maken hoe een maatschappij met dergelijke dingen omgaat. Het is nu inderdaad wel duidelijk dat de zwaksten het grootste risico liepen. En dat we, om in de toekomst beter gewapend te zijn tegen dergelijke zaken, misschien beter zorg moeten dragen voor de zwaksten in de maatschappij. Maar ik hou mijn hart al vast voor de budgettaire discussie die hierna zal volgen. Dan gaan de maskers afvallen. Dan gaat duidelijk worden wie bezorgd is om de mensen en wie bezorgd is om het kapitaal.  

Voor de crisis bevonden we ons met de zorgsector in een landschap waar ik mij als zorgverlener niet ideaal bij voelde. De prioriteiten lagen duidelijk anders in de maatschappij. Nu krijgen we als zorgsector elke avond applaus en worden we helden genoemd. Maar ik ben nu wel al een beetje benauwd wat er gaat volgen. Want er gaat ook een economische crisis zijn die een impact zal hebben op een groot aantal mensen. Ik denk dat het een kwestie van tijd is voor dat de teneur zal omslaan van ‘de zorgsector zijn helden’ naar ‘de zorgsector zal nu ook wel mee moeten besparen’. En dan zitten we terug in het verhaal van voor de coronacrisis.  

Ik vraag me ook af hoe we ons als maatschappij na deze crisis zullen gaan herorganiseren. Gaan we meer inzetten op thuiswerken? Gaan we nadenken over ons milieu dat vroeg of laat ook zo’n rampen zal meebrengen? En waar dan geen dan vaccin tegen zal zijn. Dat soort dingen, daar ben ik benieuwd naar. 

Laat een bericht na