African child

Via ontwikkelingssamenwerking wereldburgers maken (interview)

Sebastian Van Hoeck, vormingswerker UCOS

Sebastian Van Hoeck is vormingswerker bij het Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (UCOS). Een Belgische NGO, geaffilieerd met de Vrije Universiteit Brussel, die studenten hoger onderwijs helpt om een actieve burger te worden en een mondiaal bewustzijn te ontwikkelen.

Jij bereidt als vormingswerker in ontwikkelingssamenwerking studenten in het Vlaams onderwijs voor op hun Zuidstage. Hoe verloopt zoiets?

Dat klopt. De laatste jaren zijn er jaarlijks ongeveer 1800 studenten die bij ons een omkaderingstraject volgen, waarbij we studenten begeleiden vóór hun vertrek naar het Zuiden en bij hun terugkeer. Het Vlaamse hoger onderwijs heeft historisch gezien een interessante verhouding met ontwikkelingssamenwerking.

Terwijl andere landen enkel uitwisselingsprogramma’s zoals Erasmus organiseren, zal je in het Vlaamse hoger onderwijs vaak een stage kunnen volgen waaraan ook impliciet ontwikkelingsdoelen verbonden zijn. Het doel van de uitwisseling is dan niet alleen een leerproces of boeiende ervaring voor de student, maar ook een meerwaarde te vormen voor de samenleving ter plekke. Het belang van die meerwaarde is iets waar we studenten en onderwijspartners echt van proberen te overtuigen.

Dat lijkt me niet gemakkelijk met een kortlopende stage?

Zeker niet. Daarom is het ook heel belangrijk dat de onderwijsinstelling zelf een goede visie heeft over onderzoek en stages in het Zuiden, en die meegeeft aan de student. Een mooi voorbeeld hiervan is de gemeenschappelijke visietekst van UCOS en de instellingen van het Vlaams hoger onderwijs over relevante Zuidstages voor het globale Zuiden.

In deze visietekst wordt er onder meer aandacht besteed aan de ongelijke machtsverhoudingen met het Zuiden, de complexiteit van een ontwikkelingsproces, het belang van inspraak van Zuidpartners en de bereidwilligheid om zich langdurig te blijven engageren en te leren, ook indien het project faalt.

Zo’n eerlijke en gelijkwaardige samenwerking tot stand brengen is niet gemakkelijk en stuit op een paradox. Zo zie je een beweging om partnerschappen en ontwikkelingssamenwerking anders te definiëren, zoals mondiale co-creatie en globaal engagement.

Hierin schuilt echter het gevaar van verbloeming en hypocrisie. De partners zijn per definitie niet gelijk. Westerse onderwijsinstellingen hebben meer privileges, geld, status en mogelijkheden dan de Zuidpartners. Deze ongelijkheden kan je niet wegdenken in een onderhandeling. Je kan de woorden wel wijzigen, maar de verhoudingen veranderen daarom nog niet automatisch.

Als het niet in de eerste plaats om de ervaring van de student gaat, zouden we de stages dan niet beter achterwege laten en meer aan effectieve ontwikkelingssamenwerking doen?

Ik begrijp wat je bedoelt. De focus van onderwijsinstellingen ligt op de stimulatie van wereldburgerschap bij studenten. Indien studenten dus een verrijkende ervaring hebben gehad, zal dit ook een positieve impact hebben op Noord-Zuid verhoudingen.

Wij onderkennen ten volle het belang van een verrijkende ervaring voor de student. Meer nog, zonder die positieve ervaring kan een Zuidstage zeer vernauwend werken. Ik ken best wat studenten die met meer vooroordelen of zelfs racistischer zijn teruggekeerd doordat ze enkel oppervlakkige contacten hebben gehad en er van alles misliep. Een goede voorbereiding is dus van groot belang in ontwikkelingssamenwerking.

Hoe bereiden jullie de studenten dan voor?

Een belangrijk onderdeel zijn de sessies waarin studenten per 25 personen interactief reflecteren over de eigen motivatie en verwachtingen, en anderzijds de verwachtingen van de Zuidpartners zelf. Bij veel studenten is het de eerste keer dat ze naar een laag- tot midden-inkomensland reizen, en sommigen lijden aan het witte redderssyndroom komende van een hoog-inkomensland.

We laten hen dan nadenken over waarom zij denken iets te kunnen betekenen in dat dorpje in het Noorden van Malawi. Wat is hun motivatie? Gaat het om het exotische, het avontuur, jezelf, je ego, of zijn er andere zaken die de drijfveer voor de uitwisseling vormen? Wat zijn hun verwachtingen, overtuigingen en privileges? Wat willen ze betekenen?

Met de voorbereiding streven we ernaar om waardige en gewaardeerde ontmoetingen tot stand te brengen tussen student en gemeenschap. Het contact met ‘de ander’ is ver van gemakkelijk. Het is niet ongewoon om achteraf van de student te horen dat ze een goede band hadden met de Nederlanders of Fransen maar niet met de plaatselijke bevolking, terwijl de ontmoeting en het waardige contact met de plaatselijke gemeenschap net de vooroordelen langs beide kanten kan doen keren.

Daar draait de stage of onderzoek net om, meer dan het veranderen van methodieken of het bereiken van objectieve doelen. Het is de waardige ontmoeting tussen student en lokale bevolking dat actief wereldburgerschap aanwakkert en zo hopelijk studenten in staat stelt anders te kijken naar globale uitdagingen en hun rol als wereldburger.

Aan ontwikkelingssamenwerking doen lijkt me moeilijk. Loopt het soms mis?

Doordat we ‘de ander’ en onszelf verkeerd begrijpen. Daarom dat we die dag sterk inzetten op de reflectie over de eigen motivatie en verwachtingen enerzijds, terwijl we anderzijds begrippen uitleggen zoals intersectionaliteit en de impact van onderdrukking die individuen ondervinden in laag- tot midden-inkomenslanden op het vlak van armoede, etniciteit, gender en levensbeschouwing.

We lichten deze onderdrukking toe vanuit macro-perspectief, maar proberen dan in te zoomen op wat dit betekent voor individuen, hoe zij deze onderdrukking ervaren, en hoe we als Westerling hiermee best moeten omgaan. Zo draait armoede niet alleen om geld, maar ook om uitsluiting en een verlangen om erbij te horen. En net dat besef komt wel binnen bij studenten.

Het verandert de stage ineens in een persoonlijke zoektocht om psychosociale barrières te helpen afbreken. Dat vergt een zeer kritisch-reflectief engagement van de student, waarbij veel aandacht wordt geschonken aan de eigen vooroordelen en overtuigingen.

Qua vooroordelen is het thema racisme zeer actueel. Op welke manier komt dat aan bod?

Als je gaat werken in het globale Zuiden, dan kan je niet rond het thema van racisme en witte superioriteit. Die thema’s zijn inderdaad zeer actueel. Denken over racisme is dan ook voortdurend in verandering en kent een lange geschiedenis. Je merkt dat het een gevoelig thema is dat veel weerstand oproept.

Het heeft dan ook een enorme impact op je ervaring tijdens je stage, onder meer op hoe en met wie je contact maakt en welk verhaal je vertelt bij je terugkeer. Ik denk dat het erg moeilijk is om het racisme dat in ons zit geheel op te helderen. Iedere student in Vlaanderen zou moeten onderwezen worden over de mechanismen van racisme en de eigen verantwoordelijkheid.

Racisme begrijpen en behandelen behoort tot een essentiële vaardigheid dat elke student mee zou moeten krijgen. Die mechanismen hebben zo’n grote impact dat het niet meer kan worden behandeld als een fenomeen dat wel bestaat, maar waaraan we zogezegd zelf niet meedoen. Zo’n houding is te gemakkelijk aan te nemen en de (negatieve) impact ervan te groot. UCOS is bereid mee aan de kar te trekken en deze kritische werksessies aan te bieden aan het volledige Vlaams Hoger onderwijs. 

Eén van de kritische opmerkingen bij het concept white supremacy en witte superioriteit is dat racisme in het globale Zuiden op zijn minst even aanwezig is als in het Westen. Klopt dat en hoor je dat ook terugkeren in de sessies?

Ik heb zelf 15 jaar in Zuid-Afrika, Cuba en Tanzania gewoond en het is een mening die je regelmatig hoort van vooral (witte) expat-ontwikkelingswerkers. Ook deze opinie komt voor tijdens de voorbereidingssessies, waarbij studenten stellen dat omgekeerd racisme toch ook bestaat.

Mijn rol is in de eerste plaats de reflectie en het debat te genereren onder de studenten, door kritische vragen te stellen. Maar laat het duidelijk zijn, racisme heeft te maken met geïnternaliseerde minderwaardigheid, en macht, wat toch eenrichtingsverkeer is. Er bestaat geen structureel, collectief en permanent systeem dat mijn levenspad en kansen als witte man negatief beïnvloed, ook niet in het globale Zuiden. 

Wel zal je dit ginds vinden bij andere bevolkingsroepen onderling, waarbij het dan soms over kleur, over etniciteit of andere groepskenmerken gaat. Onze groep studenten is voor 90% wit en 80% vrouw, wat het thema kleur en gender eens zo belangrijk maakt.

Wat doe je dan rond gender?

Opnieuw kijken we eerst kritisch naar onszelf met onze eigen overtuigingen, waarden, normen en vooroordelen over gender om daarna de blik te richten op het globale Zuiden. We hopen op die manier het bewustzijn voor deze complexe verschillen aan te wakker en de studenten mee te geven om niet meteen hun eigen perspectief te verwachten, laat staan het op te leggen.

Het kan nooit de bedoeling zijn dat een 19-jarige student ginder gaat zeggen hoe je vrouwen moet behandelen. Aan dat soort ontwikkelingssamenwerking doen we niet.

Dus je mag geen volstrekte gelijkwaardigheid tussen man en vrouw eisen?

Dat zou volgens mij moeilijk werken. Studenten hebben begrip als sociale werkers in Brussel zeggen dat je in sommige wijken omgangsvormen vanuit andere waarden moet respecteren, maar vinden het dan toch moeilijk om deze kijk toe te passen in landen als Kenya, waar veel studenten taal noch geschiedenis van kennen.

Het is zelfs niet zozeer een kwestie van de waarden waar we naar streven, maar meer van aanpak en strategie. Ik probeer daarom die vragen zoals de universele geldigheid van mensenrechten en gelijkwaardigheid te vermijden. Ze zijn uiteraard interessant en belangrijk, maar ter voorbereiding probeer ik vooral te werken op het mogelijk maken van de onbevooroordeelde ontmoeting.

En wat met het thema LGBTQAI+ en het project Changemakers rond seksuele en gender gelijkheid?

Met CHanGE willen we studenten opleiden om stemmen in het globale Zuiden te versterken rond dit thema. Het is uiteraard een zeer gevoelig thema en je moet echt weten hoe en wanneer je deze thema’s aanbrengt.

Ik sta ieder jaar versteld van de fijngevoeligheid, intelligentie en ambitie van de 12 studenten die in dit project stappen. De selectie en voorbereiding gebeurt dan ook zeer grondig. Het lijkt wel op een opleiding tot journalist met een bijzondere focus.

Evalueren jullie de impact van de stages?

Met een uitgebreide kwalitatieve vragenlijst meten we in welke mate de studenten wereldburgers zijn geworden, en dit doen we tot een hele tijd nadat onze studenten zijn teruggekeerd.

We vragen hoe ze terugkijken op hun stage, welke impact dat en hun ervaring in ontwikkelingssamenwerking heeft gehad op hun carrière, denkbeelden en leven, en welke rol UCOS daarin heeft gespeeld. Hieruit blijkt dat deze impact erg duidelijk en positief is. We scoren bovendien ook zeer goed op de evaluaties van de voorbereidingsdag, wat me uiteraard verheugt.

Laat een bericht na