fbpx

Misandrie binnen feminisme: mogen we nog kwaad zijn? (OPINIE)

U bent hier Home » OPINIE » Misandrie binnen feminisme: mogen we nog kwaad zijn? (OPINIE)
Geschatte leestijd: 9 minuten

Dit opiniestuk is een antwoord op het artikel ‘Kunnen witte mannen nog iets goed doen?’. Daarin wordt een lans gebroken voor witte heteroseksuele mannen die het tegenwoordig zwaar te verduren hebben omwille van man-bashing. Als een medefeminist het heeft over hysterie in een klein gehucht weg van de redelijkheid, haalt Nina Poels als heks met plezier haar bezemsteel nog eens uit de kast.

Een zelfverklaarde feminist herkent waarschijnlijk de volgende situatie: je vertelt iets over jouw standpunt over gendergelijkheid. Waarschijnlijk in de trend van “Waarom duurt het zo verdomd lang voor die gelijkheid er is?”. Waarop je de vraag gesteld krijgt of je toch geen haatdragende feminist bent? “Nee hoor”, antwoord je dan glimlachend.

Je doet een poging om het gesprek luchtiger te maken door jezelf te distantiëren van de bh-brandende extremisten en benadrukt dat je natuurlijk niet echt mannen haat. Maar wat als haat jegens mannen, oftewel misandrie, het pepmiddel is dat sommige feministen al jaren – correctie: eeuwen – wakker houdt? 

“Door mannen te haten, doe je niets verkeerd”, schrijft de Franse Pauline Hermange in haar manifest met de uitdagende titel Moi les hommes, je les déteste. Dit doet ze zonder ironie en zonder glimlach. Een statement dat veel stof doet opwaaien, vooral nadat regeringsadviseurs het boek probeerden te verbieden omdat aanzetten tot haat een misdrijf is.

Dat is niet gelukt, waardoor het manifest na die aandacht in tienduizendvoud werd gedrukt.  Zijn vrouwen het niet beu om te blijven glimlachen en hun woede te ironiseren? Ik vind het alvast vermoeiend. Steken we als vrouwen niet beter onze tijd en energie in het smeden van productieve vrouwelijke allianties? 

Moet misandrie – net als misogynie – in de wet? 

In essentie betekenen misandrie en misogynie hetzelfde, behalve dat het eerste begrip betrekking heeft op mannen en het tweede op vrouwen. Het duidt op de ziekelijke afkeer voor in dit geval een specifiek geslacht en komt van het Grieks misein (haten). In de collectieve verbeelding zouden misogynie en misandrie twee vormen van seksisme zijn en dus gelijk aan elkaar.

De reden waarom dit niet het geval is, is om de simpele reden dat de ene slechts bestaat als reactie op de andere. Zonder de systematische onderdrukking van vrouwen te willen herleiden tot een kinderachtig vingergewijs, moet ik toch het volgende duidelijk maken: misandrie zou niet bestaan, moest misogynie niet eerst hebben bestaan. 

En toch rijst, om de zoveel jaar, de vraag of misandrie niet – naast misogynie – in de wet hoort opgenomen te worden, aangezien het ook een vorm van haat is. Semantisch kan dit kloppen, maar de realiteit toont ons iets anders . Zolang niet kan worden beweerd dat mannen in het algemeen onderworpen zijn aan structurele ongelijkheden die discriminatie of geweld mogelijk maken en dat bijgevolg sommige mannen het slachtoffer zijn van haat tegen hun geslacht – in tegenstelling tot hun persoon – beschikt mannenhaat niet over een wettelijk kader. 

Het sop is de kool niet waard

Hermange stelt dat de reden waarom woede en geweld hier verward worden, is “omdat de geschiedenis ons toont dat ze in een wereld gedomineerd door mannen vaak onafscheidelijke vrienden waren.” Maar de woede die een vrouw ervaart wanneer ze systematisch als de tweede sekse behandeld wordt, gaat zelden hand in hand met geweld. 

Het gewelddadigste dat vrouwen ooit gedaan hebben om hun ongenoegen ten aanzien van mannen in het algemeen te betonen – en dit zegt meer over mannen, dan over vrouwen – is collectief elke vorm van penetratie afwijzen. Zoals in de jaren ’70 toen Adrienne Rich opriep tot Political Lesbianism en feministen wereldwijd besloten dat het sop de kool niet langer waard was.”

“Men are afraid that women will laugh at them. Women are afraid that men will kill them.” – Margaret Atwood

Margaret Atwood sprak deze woorden uit tijdens een van haar lezingen in 1982, maar ook vandaag merken we op dat de angst om uitgelachen te worden een welbekende reactie is van mannen in ‘post-#MeToo’ tijden. Mannen – maar blijkbaar ook vrouwen – vragen zich af wat mannen dan wel nog mogen doen? 

Welke mopjes mogen mannen wél nog maken? Alsof vrouwen die niet lachen, geen gevoel voor humor hebben. Ten slotte, de meest afgezaagde retorische vraag: hoe mogen mannen wel nog flirten? Ik geef Hermange gelijk wanneer ze zegt dat het moeilijk is om veel empathie te hebben voor dergelijke existentiële angsten wanneer sommige vrouwen dagelijks geconfronteerd worden met angsten voor verkrachting en moord.

Bovendien veranderde  ‘Je mag niets meer zeggen’ onlangs in de seduisante uitspraak ‘De slinger slaat door’. Het gevoel hebben dat de #MeToo-slinger soms te ver doorslaat, is geen reden om de politieke woede die feministen soms voelen van tafel te vegen als inhoudsloze blabla. 

Van heksenjachten tot lynchpartijen

Ooit werden vrouwen levend verbrand omwille van hun listige seksualiteit waarmee ze mannen zouden betoveren en overmeesteren. Heksen zijn voor sommigen vandaag vooral op Twitter terug te vinden. Ze manifesteren zich via de hashtag #MeToo en samen ruïneren ze de carrières van machtige mannen. Ze eindigen het ritueel met een mediagenieke lynchpartij terwijl andere popcorn-etende feministen gretig toekijken. 

Vrouwen, die voor één keer in de geschiedenis meer macht in handen hebben, worden vandaag vaak afgebeeld als hysterische heksen. Doorgeslagen slingers en mediageile lynchpartijen hebben echter geen oorsprong bij boze feministen. Wel bij anonieme Twitteraars, hongerige columnisten en doorgedraaide nieuwsstromen die vergaard en terug uitgekotst worden op sociale media.

En ik begrijp het, er is veel verandering op korte tijd. Ik had de uitspraak ‘mijn vrouwtje staan’ in plaats van ‘mijn mannetje staan’ nog maar net onder knie, toen ik te horen kreeg dat dit geen inclusief taalgebruik is en daarentegen beter de genderneutrale uitspraak ‘sterk in mijn schoenen staan’ hanteer. 

Het mag naar mijn mening ook eens over iets anders gaan, dan over politiek correcte woke uitspraken. Maar de nieuwe cancel culture die mensen verbant omdat ze door een gebrek aan kennis of opvoeding een foute uitspraak hebben gemaakt, is een symptoom van toxische sensatiezuigende sociale media. Niet van boze feministen.

Want als er één ding is wat feministen hebben, dan is het geduld. Héél veel geduld. Dat hebben ze ondertussen wel bewezen. Ze wachten  tot het allemaal net iets beter wordt. En ja, ondertussen zijn ze al eens boos. Could you blame them?

Maar de nieuwe ‘cancel culture’ die mensen verbant omdat ze door een gebrek aan kennis of opvoeding een foute uitspraak hebben gemaakt, is een symptoom van toxische sensatiezuigende sociale media. Niet van boze feministen.

Het is niet de eerste keer dat feministen vergeleken worden met  hysterische heksen  die onverklaarbare woedeaanvallen hebben. Een karikatuur maken van een emancipatiebeweging is een mechanisme om de aanhangers daarvan het zwijgen op te leggen. Elke feministische golf heeft deze aantijgingen gekend. #MeToo is geen uitzondering. 

Maar emancipatie zal niet komen van relletjes op sociale media. Wel door de hardnekkige devotie van activisten, denkers en doeners die hun energie af en toe halen uit haat, woede en frustratie. 

Hebben we mannen nodig in onze strijd? Ja 

Naast het verwijt dat feministen de aanstokers zijn van angstgevoelens bij mannen die niet meer weten wat ze nog mogen doen of zeggen, wordt feministen bovendien geadviseerd minder boos te zijn op mannen. We hebben ze nodig, klinkt het dan. Zo roept columniste Heleen Debruyne op, na het lezen van Hermange’s manifest,  om lief te zijn voor onze mannen “omdat ook zij tere gevoelens hebben”. 

Voor de zoveelste keer stel ik mezelf de vraag of vrouwen überhaupt mannen nodig hebben om zich te emanciperen?

De Franse Hermange beargumenteert dat mannen onnodig zijn en stelt dat het afmattend is om mannen de vruchten te zien plukken in ruil voor hun microscopische inspanningen. Vermoeiend is het zeker, daarover ben ik het met haar eens. Maar mannen enkel afschilderen als tegenspartelende vijanden lijkt mij geen productieve strategie.

Ze horen daarentegen medestanders te zijn in de strijd tegen vastgeroeste patronen die hun tere gevoelens onderdrukken.  Ik geloof daarom wél dat mannen een noodzakelijke hulp zijn in het verzet, maar dat we voorwaarden moeten durven stellen. 

Ik geloof daarom wél dat mannen een noodzakelijke hulp zijn in het verzet, maar dat we voorwaarden moeten durven stellen. 

Ten eerste moeten ze hun eigen tranen drogen wanneer ze gediskwalificeerd worden omdat ze gedrag vertonen dat te veel grenzen overschrijdt. Ten tweede: verwacht als man geen schouderklopje telkens je iets doet dat wijst op een licht feministisch inzicht. Of zoek die erkenning bij een vriend en draag op die manier bij aan het ondergraven van toxic masculinity. Ten derde: laat sommige feministen verdomme boos, woedend en soms misschien zelfs haatdragend zijn. 

Feminisme moet over mannelijke onderdrukkers als een generaliserende groep durven blijven praten, anders riskeert het opnieuw eenzaamheid te creëren bij vrouwen die in een precaire situatie zitten. Hoe zijn we erachter gekomen dat catcalling een structureel probleem is?

Niet door te zeggen ‘Nee, maar niet alle mannen hoor. Enkel hij.’ Door enkel in te zoomen op de rotte appels, misken je het grote verhaal: het verhaal over het kapitalistische, patriarchale en seksistische systeem dat deze onsmakelijke figuren al decennia lang creëert, in stand houdt en beloont. 

Feminisme heeft al vaker de misstap gezet om een vergeten groep vrouwen te onderdrukken. We moeten oppassen dat we die fout niet opnieuw maken. Al helemaal niet omdat we mannen bij de strijd voor gendergelijkheid willen betrekken en als compromis onze radicaliteit aan de kant schuiven. 

Als feministen hebben we de taak tegen schenen te schoppen en op lange tenen te trappen. Tevredenheid is de bijl aan de wortel van het verzet. We mogen naar mijn mening gerust een pak radicaler zijn. We hebben tenslotte genoeg redenen om boos te zijn.

Ik eindig graag met deze inspirerende woorden van Marguerite Duras. 

“Il faut beaucoup aimer les hommes. Beaucoup, beaucoup. Beaucoup les aimer pour les aimer. Sans cela, ce n’est pas possible, on ne peut pas les supporter.”

Over de auteur: Nina Poels is redacteur bij Free.Brussels
en studeert de master Gender & Diversiteit.

2 comments

  1. ‘Let me ask you this, those who have spent entire lifetimes attempting to untangle such twisted virtue, what choice do we have now, but to completely sever the string of humanity and attach it back together again? We must amputate society of it’s hatred, and not allow its hatred to amputate our souls, and allow another victim to become a forgotten ornament in their failure to deliver justice! Equality is not a vast, endless vista of identical lives, but rather a boundless rainforest, containing the prosperous fauna and flora of freedom – a delicate eco system of cohesive individuality’

Laat een bericht na